Een kijkje in de schrijversziel

Gisteren heb ik een kijkje genomen in de ziel van enkele schrijvers. Schrijvers van formaat, want je komt niet zomaar op tv. Ze werden geïnterviewd over hun schrijverschap. Natuurlijk moest ik dit even zien. Ieder mens, ook een schrijver, hunkert toch naar een blijk van herkenning, al durf ik mij op geen enkele manier te meten met deze ‘groten’.

once upon a timeDe herkenning was er. Op meerdere punten zelfs. De behoefte om je op een schrijversdag te hullen in slobberkleding bijvoorbeeld. Waarom is dat zo fijn? Vanwege de ruimte die je dan ervaart? Het idee van wegkruipen in een omhulsel en zo makkelijker een andere wereld kunnen binnentreden? Hoe het ook zit, slobberkleding werkt.

En dan het nut van tipex (of type-ex of tipp-ex); dat taaie witte goedje waarmee je je fouten probeerde te verdoezelen. Ik ben blij met de backspace knop op mijn toetsenbord die werkelijk geen enkel spoor nalaat (vooral als je de knop ‘wijzigingen bijhouden’ uitschakelt), maar toch: tipex zorgde voor een stukje vertraging. Terwijl je poetste, dacht je na over de manier waarop je het anders kon doen. Daar zit toch iets dieps in, nietwaar?

tipp exVeel auteurs blijken trouwens hun hele manuscript nog te schrijven met inkt. Bij Jan Siebelink is die inkt turquoise. Hij zei het niet, maar ik kan me voorstellen dat je door het hardop herhalen van dit prachtige woord alleen al in een bepaalde stemming geraakt…

Schrijvers zijn eigenlijk vreemde wezens. Toen de interviewer concludeerde: ‘Dus je leidt mensen de afgrond in en vervolgens moet je erom huilen,’ kon Arnon Grünberg dat niet ontkennen. Ik dacht aan het schrijven van ‘Steeds minder mij’ en ‘Kom niet dichterbij’ en ik moest toegeven dat het klopte, al heb ik mijn hoofdpersonen nog nooit helemaal volledig in de afgrond laten eindigen…

‘Ik ben een woordenvanger,’ zei Adriaan van Dis. Prachtig toch? En ook dit is herkenbaar. Je luistert naar de mensen om je heen, je vangt een woord op en bewaart het. Als een schat in een doosje, om het misschien veel later voorzichtig eruit te halen en ten toon te stellen in je verhaal. Het de plek te geven die het verdient.

woordenvanger

Schrijvers zijn niet alleen een tikkeltje vreemd, ze kunnen zelfs gevaarlijk zijn. Kristien Hemmerechts bekende dat ze soms de neiging heeft om mensen die haar storen in haar schrijfproces fysiek iets aan te doen. Nu klonk die uitspraak vanwege haar Vlaamse sprake nog enigszins vriendelijk, maar toch… indringers zijn gewaarschuwd. Hoe zit dat bij mij? Nee, naar de koekenpan grijp ik niet, ik val ook niet aan met vulpennen, maar ja, de buitendeur is soms op slot en de deurhanger aan de klink van de schrijfkamer staat vaak op ‘Do not disturb.’

Sommige schrijvers voelen zich eenzaam. ‘Je betaalt een hoge prijs,’ volgens Kristien, ‘een grote mate van allenigheid.’ (ook een woord om te vangen) Tja… Waarom heb ik er nog een andere baan bij? Misschien is er toch die angst voor ‘allenigheid’?

Er werden mooie dingen gezegd. Volgende week kijk ik naar het tweede deel. Ik hou nu eenmaal van zielenroerselen. Ook dat hoort geloof ik bij schrijvers.

En eindelijk heb ik Kees van Kooten het eens uit eigen mond horen zeggen: ‘Schrijven is zitten blijven tot het er staat.’ Zo is dat. En daarom zit ik vandaag.