De schrijver op reis

Volgens auteur Jan Brokken zijn reizen en schrijven twee manieren van leven die elkaar aanvullen. Beide dienen om de horizon te verbreden. Een goede reden om als schrijver regelmatig op reis te gaan…

DSCN0295

Deze zomer gingen we naar Frankrijk. Ik hou van dat land en niet in het minst vanwege de taal, al spreek ik haar nog steeds veel te gebrekkig. De Franse taal is muzikaal, melodieus; Fransen praten niet, ze zingen.

Dit jaar gingen we naar de Dordogne, ruim duizend kilometer verwijderd van onze woonplaats. Een lange reis dus. Een reis van noord naar zuid, van laag naar hoog, van koud naar warm.

Ik weet niet zeker of temperatuur en landschap ook van invloed zijn op de taal die men spreekt in een bepaald gebied, maar het zal me niet verbazen als dat wel het geval is.

In het noorden klinken de klanken hard en koud, maar hoe verder je naar het zuiden trekt hoe zachter en warmer ze worden. Alleen de plaatsnamen al. Eerst kom je langs Amersfoort en Utrecht (met harde r – AmeRsfoort en UtRecht). Eindhoven klinkt al iets zachter. Vervolgens Antwerpen (hetgeen de Vlamingen veel mooier uitspreken dan wij), Brussel. Maar daarna begint het pas echt: Lille, Valenciennes, Cambrai, Paris, Orleans, Vierzon, Chateauroux, Limoges, Pierre-Buffière, Brive-La Gaillarde, Terrasson, Montignac. En dit zijn dan nog de grotere plaatsen. Als manlief achter het stuur zit, houd ik de wegenkaart op schoot. Niet om te kijken of we nog wel goed gaan, maar om alle plaatsnamen te lezen (zingen dus), ook die van de kleine dorpjes en gehuchten. La Bachellerie, St. Pantaleon de Larcher, La Bouchotte, Chanteloube, Vavre-le-Petit, Arnac-la-Poste, Les Matherons…

wegenkaart Frankrijk

Totdat we uren later op de plaats van bestemming zijn: Sarlat-la-Caneda. Dat klinkt als het vrolijke refrein na het kinderliedje ‘Joepie joepie is gekomen.’ La la la la la la. Zoiets. Als je daar niet blij van wordt…

We hebben er een heerlijke tijd gehad. De twee weken vlogen om. En toen moesten we weer naar huis. Opnieuw die lange autorit, maar nu in omgekeerde richting. Van warm naar koud, van hoog naar laag, van zacht naar hard, met België als halfzacht tussenstation.

DSCN0215

De eerste stop in Nederland is een schok. Vroeger, toen onze kinderen nog klein waren, was dat bij de mac in Oosterhout. In één woord: Ver-schrik-ke-lijk. De tent zat vrijwel altijd propvol Nederlandse gezinnen met uit de band springende kinderen (dat neem ik die kinderen nog niet eens zo heel kwalijk na zo’n lange autorit), maar die schreeuwende ouders… ‘Kom hieRRRRR!’ en ‘RRRRRustig nou.’ Volgens mij is er geen land waar ouders zo kunnen schreeuwen. Met een beetje geluk hebben ze hun kroost ook nog namen als RRRRichard of RRRRRebecca gegeven, zodat ze hun woorden met nog meer kracht over het terras kunnen slingeren.

Tegenwoordig slaan we Oosterhout over. Voor ons geen tussenstop meer in Nederland.

Tegen drie uur ’s nachts bereikten we Rouveen. Rrrrrouveen. Het heeft slechts twee letters meer dan Rouen, maar wat een wereld van verschil. Als troost voor dit harde feit probeer ik mijn woonplaats een beetje te verfransen: R(vanachter uit de keel en zacht)oe-vàn. Of Rouvènne.

Ach nee, laat ik me vooral geen illusies maken. Het wordt tijd dat ik de waarheid onder ogen zie: Ik ben weer terug. In de lage landen, waar het kwik in de thermometers minstens tien graden lager hangt en waar mensen ondanks het feit dat ze veel dichter bij elkaar leven toch veel harder praten om zichzelf verstaanbaar te maken. Ik doe m’n best om te acclimatiseren. Probeer om te denken: Nederland is opgeruimd en schoon (inderdaad – hier geen hurktoiletten zonder toiletpapier), goed georganiseerd, ons verkeer is veilig, het is hier…Het kan allemaal waar zijn. Maar het enige dat ik nog zeggen wil is dit:

France, nous serons bientôt de retour!

DSCN0173