De schrijver en het jurkje

Om als schrijver niet geheel het zicht op de realiteit te verliezen, moet je soms de straat op. De stad in. Dat is niet erg. Vooral niet als je samen met een vriendin gaat. We kiezen meestal een stad(je) met sfeer. Dit keer werd het de oude Hanzestad Zutphen.

Zutphen

We volgden de route met speciale winkeltjes. Historische stadswandelingen en hofjesroutes zijn ook favoriet, maar die loop ik meestal met mijn man. Mijn vriendin en ik houden van dezelfde shopjes. De grote winkelstraat laten we links liggen; wij sluipen liever door smalle straatjes op zoek naar bijzondere boetiekjes of rariteitenkabinetjes. (behalve de boekhandels, die zoek ik altijd en overal)

boetiekje zutphen

 

Het risico van bijzondere boetiekjes zoeken is dat je dan ook bijzondere dingen tegen kunt komen. En laat ik daar nu een zwak voor hebben. Zo zag ik dat jurkje. Mijn vriendin zegt altijd: ‘Als jij letters ziet, word je helemaal gek.’ Ik weet niet of dat waar is, maar tussen dat jurkje en ik was het in ieder geval in een keer raak. Er was een klik, en geen kleintje. En ja, ik moet toegeven, er zaten letters in het motief verwerkt. Kleurige, fleurige letters. Ik was verkocht. Het jurkje nog niet…

letterstof

‘Leuk hè,’ zei de verkoopmedewerkster vanachter de kassa. Zij had de begerige blik in mijn ogen natuurlijk allang opgemerkt. Ik bekeek het prijskaartje. En toen was het uit met de liefde. Dacht ik.

‘Pas aan,’ zei mijn vriendin.

‘Heb je die prijs gezien,’ fluisterde ik terug.

Toch had ik het jurkje al in mijn handen. Nog sterker, ik zette mijn eerste stappen al in de richting van de paskamer.

Ondertussen had ik ook nog een blik op de maat geworpen. Eén maat te klein. Ach, dacht ik, ik kom er waarschijnlijk toch niet in. (en dan toch doorlopen, hè)

Het paste. Het zat zelfs als gegoten. Mijn vriendin stamelde alleen maar ‘oh…’

‘Dit jurkje heeft zitten wachten,’ zei de verkoopmedewerkster, ‘op iemand met jouw figuur.’

Ja, ja. Verkopen is ook een talent, hoor. Sommige verdenk ik ervan eerst een cursus psychologie te hebben gevolgd.

‘Gewoon doen,’ drong mijn vriendin aan. ‘Kopen.’

Ik schudde mijn hoofd. ‘Serieus te duur.’

Vervolgens liep ik terug naar het kledingrek en schoof de jurk die voor mij gemaakt was, voorzichtig tussen de andere. En pakte haar toch weer terug. Ik draaide me om.

‘Kan er nog iets vanaf?’ Het klonk niet overtuigend genoeg. De verkoopmedewerkster schudde beslist haar hoofd. ‘Nee, echt niet. De opruiming begint pas in juli.’

Ja hoor. Juli. Dan is de zomer bijna afgelopen!

En dan… ik heb binnenkort een feestje. Een… nominatiefeestje.

Onbewust dacht ik dat hardop. Vermoed ik.

‘Schrijft u?’ zei de verkoopmedewerkster enthousiast. ‘Kinderboeken?! Wat leueueuk!’

Ze boog zich voorover. ‘Maar zeg, dan kun je dit aftrekken van de belasting.’

HUH? Had ik dat goed verstaan?

Ze herhaalde het. ‘Dat doen alle BN-ers, hoor,’ vertrouwde ze me toe. ‘Valt onder presentatiekosten.’

(Alsof er dagelijks hordes BN-ers in die winkel kwamen en alsof ze meteen geloofde dat ik tot die groep medelandgenoten behoor…)

Maar die opmerking was wel de druppel.

Ik pakte, pinde en ging. Met jurkje.

Een jurkje, voor mij gemaakt. En door mij gekocht. Dat laatste zal het bankafschrift dat eerdaags binnenkomt mij er wel inpeperen.

Daarom stop ik snel met deze blog en ga aan het werk. Overwerk.

Want die belastingteruggave… eerst zien, dan geloven.

Met de belastingdienst heb ik namelijk net iets minder dan met jurkjes…