De schrijver en de logeerhond

Dit weekend komt er een logeerhond. Schoorvoetend heb ik toegegeven aan het verzoek. Want ja, wat moet je als goede vrienden een familieweekend hebben en hun hond dringend ergens onderdak nodig heeft?

logeerhond2

Ik probeerde een aantal goede redenen te bedenken om de komst van de viervoeter te verhinderen, maar welke ik ook bedacht, het werd omver geblazen. Gastvrijheid is een christelijke deugd volgens een van onze kinderen. En last but not least werd ik even fijntjes gewezen op de flaptekst van een van mijn zookids boeken. ‘Liesbeth van Binsbergen houdt van schrijven EN VAN DIEREN.’ Dus…

Zij komt. De hond. Zij is zelfs al even geweest. Op snuffelstage zeg maar. Al gauw bleek dat het dier vooral gewend is om aan het vrouwtje te snuffelen. En aangezien ik het enige vrouwtje hier in huis ben…

We kregen uitleg over voer en uitlaattijden en over wel of geen door het dier op prijs gestelde aanraakplekken. Staart en poten bijvoorbeeld kunnen we beter vermijden werd ons geadviseerd. Achter de oren kroelen vindt ze heerlijk.

Het gaat goed komen, dacht ik. We zijn er helemaal klaar voor.

Tot de bazin van het beestje zei: ‘Heel fijn dat ze hier terechtkan. En wie weet…  kun je er nog een boek over schrijven.’   Welja…

Wat betreft dat laatste wilden ze wel even meedenken. Ideeën die het verhaal de nodige spanning zouden geven, zeg maar.

‘Misschien gaat ze de lamp kapotbijten.’  logeerhond

‘Misschien loopt ze weg.’

‘Misschien schiet ze in de stress en raakt ze aan de …’

Blijkbaar sprak mijn gezicht al boekdelen, want ineens schoten ze hard in de lach.

 

Wacht maar. Wacht maar tot de schrijver hun meebedenksels echt gaat gebruiken. Want tenslotte is de schrijver wel degene die de regie in handen heeft. Die bijvoorbeeld bepaalt wie de hoofdpersonen zijn. En die ook zomaar rollen kan gaan omdraaien. Bazin, je bent dus gewaarschuwd!

grommende hond