De schrijver en de logeerhond (2)

Hoe is het gegaan met de hond? Tja, wat zal ik zeggen… Ik leef nog. Niet dat ik meteen verwachtte dat ik verscheurd zou worden door het beest (het was geen Wodan, het was een Dokkie en dat maakt een heel verschil), maar toch…

We hebben weer heel wat geleerd. In de eerste plaats: een hond moet wennen. Acclimatiseren. Gek, dat ik daar niet over na had gedacht van tevoren. Dus de eerste avond, toen wij ons bed wilden opzoeken, weigerde hond om in haar bench te gaan. Na een kwartier geblaf hebben we het deurtje toch maar opengedaan en haar door de keuken laten lopen. Het was tenslotte half twaalf en je hebt ook nog buren…

hond blaffen

Wat er ’s nachts allemaal gebeurde, geen idee. Maar ik weet wel dat we een paar keer naar beneden zijn gestruind – al slaapwandelend – om het beest tot stilte te manen. Dat hielp. Voor een tijdje dan. De volgende ochtend filosofeerden we over de oorzaak van het nachtelijk gespook. Had er een kat over het glazen serredak gelopen? Scheen de maan op een schilderij? Het blijft gissen, wij kennen meerdere talen, maar geen honds. En deze poster kwam ik natuurlijk ook pas later op internet tegen.

hondentaal

De volgende dag heeft oudste zoon een heel eind met hond gewandeld. Na anderhalf uur kwam hij moe terug. (oudste zoon dus) Maar hond leek toch ook iets rustiger geworden. In de loop van de middag ging hij zelfs liggen. (nee, niet in de bench) Maar tegen de avond nodigde het iedereen uit om balletje-balletje te doen. Dat werkt als volgt: hond brengt bal, jij gooit bal weg, hond brengt bal terug en het hele ritueel begint weer van voor af aan. Dat kan ook heel goed achter het huis, als je tenminste de bal niet over de schuttingen gooit…

hond adhd

Die nacht was hond stil. En de volgende dag rustig. Hoera, het dier was gewend! Jammer dat het juist die avond alweer afscheid moest nemen. Hond voelde dit laatste vast aan. Bij die gedachte werd het zo beroerd dat het over ging geven. Of misschien was het geen kots, maar was het iets anders, iets uit een ander gaatje, zeg maar. Ik heb niet gekeken. Oudste zoon heeft het dapper opgeruimd. Volgens hem had het onze logé gras gegeten. Ach ja, wat wil je ook met al die koeien in de buurt. Sommige gewoontes neem je blijkbaar heel snel over.

Onze kinderen zijn het niet altijd met ons als ouders eens, al helemaal niet als het om de aanschaf van dieren gaat. Maar dit keer kwamen we gezamenlijk tot dezelfde conclusie: Een hond is (meestal) lief en gezellig, een hond is heel goed voor je conditie, een hond kan katten uit je tuin verjagen, maar een hond geeft ook veel werk. Dus… zolang we niet op een boerderij wonen, komt er geen hond. Geen. Hond.

Zo. Rest mij nu nog alle (wilde) haren te verwijderen.

p.s. Ik zie dat ik voor hond meerdere aanwijzende voornaamwoorden heb gebruikt. Hij, zij, het. Gek, ik realiseer me ineens dat ik niet weet of ik een mannetje of een vrouwtje op bezoek heb gehad. Zou het veel uitmaken? Misschien moeten we dat eens… Ach nee, laat toch nog maar even.

hond spelen