De schrijver en de dogs

We zijn terug van vakantie en we waren in een prachtig land: Engeland. Een land vol van historie en een prachtig landschap. Volop mogelijkheden dus om te genieten van natuur en cultuur en die combinatie maken wij graag. Er kleeft echter één nadeel aan dit land: de dogs.

Echt, overal zie je ze. En ze worden, zeg maar, met respect behandeld. Nu wil ik niet tegenspreken dat alle dieren met respect behandeld behoren te worden, maar het is weer net een tikje tè hier. In de straten hoor je de bazen en bazinnetjes communiceren met hun huisdier. Begrijp me goed, ik bedoel niet commanderen, maar gewoon praten. Keuvelen. Dat is een beetje typisch. (en ik geef toe: ook wel vermakelijk)

Als iemand een hond wil, prima, maar geniet er dan vooral zelf van. Ik weet het, dit klinkt een nogal individualistisch, maar toch…

Baasjes lopen in Engeland niet met één, maar meestal met twee tot vier honden rond. In de parken, op de prullenbakken, staat in de meeste gevallen de opdracht om de uitwerpselen (=dus dat wat het dier uit z’n achterste werpt) keurig op te rapen en in de litterbak te gooien. Niet iedereen doet dat dus. Aan de ene kant heb ik daar begrip voor (ik probeer me namelijk wel eens in te denken hoe dat voelt, zo’n hondendrol beetpakken), maar aan de andere kant: je bent het als baasje of bazinnetje gewoon verplicht. Je kunt het niet maken om een niet-hondenbezitter door zo’n zacht en smeuig hoopje te laten glijden en glibberen.

 dogs 1

Onze cottage stond in een rijtje. Prachtig huisje, precies wat je wilt in Engeland. Alleen… weer die honden. De tuindeur van onze buren lieten er geen misverstand over verstaan: hier wonen honden. Dat hebben we geweten. Iedere ochtend om zes uur verkondigden ze luidkeels hun bestaan. Een half uur later hoorde je dan de buurman (het kan ook de buurvrouw zijn geweest) de stoep achter het huis schrobben. Ieuw. Die beesten deden dus alles in de tuin. Lekker. Nou ja, het is hun eigen tuin. Maar op hondengeblaf om zes uur ’s ochtends zit natuurlijk geen enkele vakantieganger te wachten.

Als we terugkwamen na een wandeling werden we ook altijd uitbundig begroet door de blaffers. Met een s ja, want het waren er minstens drie.

Kijk, ik gun mensen best een hond. Maar waarom zoveel?!

2015 engeland 454

 

‘Geen probleem toch?’ zei zoonlief, toen ik mijn ongenoegen erover uitsprak. ‘Liesbeth van Binsbergen houdt toch van dieren?’ (dit staat namelijk op de achterkant van mijn Zookids boeken)

Zeker, ik houd van dieren. Maar niet als ze erg veel lawaai maken of als ze eng zijn. Er zijn tenslotte grrrenzen. Ook aan dierenliefde.