Liesbeth van Binsbergen

Buchmesse

Op mijn ‘o-wat-zou-ik-daar-nog-graag-eens-heengaan-lijstje’ staan verschillende dingen en één van die dingen was dus de Buchmesse. Toen de uitgeverij aankondigde er dit jaar een auteursreisje naar Frankfurt zou komen, schreef ik me dan ook meteen in. ‘Zo’n enorme beurs, lijkt je dat echt wel leuk?’ vroeg een vriendin.  ‘Een boekenbeurs is voor mij hetzelfde als een stoffenspektafel voor jou,’ antwoordde ik. Ze knikte, ze begreep het. ‘Maar,’ voegde ze eraan toe, ‘daar ben ik meestal ook sneller weg dan ik van plan was, omdat ik dan door de bomen het bos niet meer zie.’                Bomen of bos, niemand bracht mij van de wijs: ik zou gaan.

Afbeeldingsresultaat voor buchmesse frankfurt

Zeker, het zou enorm zijn, ik was gewaarschuwd. ‘Laat je niet imponeren, maar laat je vooral inspireren,’ adviseerde een van onze reisleiders op de heenweg, nadat hij had gesproken over pendelbusjes, hallen, verdiepingen en lange roltrappen. Na twee keer tassencontrole mochten we naar binnen.                                                                                         Een gewaarschuwd mens telt voor twee. Ik had verwacht dat je over de koppen kon lopen, hetgeen toch wel mee bleek te vallen. Maar het aantal vierkante meters… en het aantal boeken daarop…        

Afbeeldingsresultaat voor buchmesse frankfurt

Ik voelde me als een kind in de snoepwinkel. Als Sjakie in de chocoladefabriek. Zoveel verhalen in zoveel talen… Zoveel prachtigs… Zeker, ook als ik vroeger in de snoepwinkel was, sloeg ik sommige bakken zonder veel moeite over. Te zuur, te zout, soms was het mijn smaak gewoon niet. Dat geldt voor boeken ook. Maar dan nog bleef er genoeg over om van te smullen.

Uiteraard verbleven we ook een tijdje in de stand van Jongbloed/Ark Media. Bijzonder om ‘mijn’ kinderbijbel daar op een van de planken te zien staan, en een drietal Aziatische mensen geïnteresseerd door ‘mijn’ Bas-boekjes te zien bladeren. (of die interesse werkelijk tot een zakelijke transactie heeft geleid moet ik trouwens nog navragen)

Eén dag Buchmesse is niet genoeg om alles te zien, wel om de sfeer te proeven. Het is een zoeken naar woorden om die weer te geven. Overweldigend.   Om weer te ‘ontprikkelen’ ben ik die dag erop naar het bos gegaan. Om door het bos weer de bomen te zien. Gewoon stilstaan en kijken naar de gouden blaadjes die langzaam naar beneden komen dwarrelen. Word je vanzelf weer rustig van.

 

                                                                                        Afbeeldingsresultaat voor herfstbos vallende bladeren                                                                                                                      

Nu loop je als schrijver het risico om naast geïnspireerd ook moedeloos van zo’n enorme beurs te worden. De gedachte kan je bekruipen: Wat heb jij nog toe te voegen? Is niet alles al verteld? Daar denk je over na. En het antwoord? Nee. Blijkbaar toch niet. De wereld is immers vol verhalen en iedere schrijver vertelt het verhaal op zijn of haar unieke wijze. En daarom… is het vandaag weer ‘gewoon’ schrijfdag. Hoera!

 

 

Kijk, ik heb letters op mijn billen!

Vanmorgen was ik op schoolbezoek bij een klas vol kleuters. Met de tas van Bas. Samen gingen we op zoek naar letters. Die kom je namelijk overal tegen, zelfs op plaatsen waar je ze niet verwacht!

Als bij kleuters op bezoek ga, heb ik altijd mijn letterrok aan. Dat trekt meteen de aandacht.

Maar de kinderen weten vaak niet dat ze zelf ook letters op hun kleren hebben. Daarom gaan we zoeken. En… we vinden! Grote, stoere letters, midden op een shirt. Of sierlijke, gouden letters op een jurk. Letters, verstopt op labeltjes aan de binnenkant van een schoen of achter in een kraag… Het is een ware ontdekkingstocht. Bijna alle kinderen vinden wel een of meer letters. Slechts sommigen denken dat ze geen letters dragen die dag. Een beetje teleurgesteld zakken ze terug op hun kleuterstoeltje.

Na de letters op onze kleren gaan we verder met letters in de boeken. In de tas van Bas zitten er altijd wel een stapeltje. De kinderen luisteren en ‘lezen’ mee. Met volle aandacht. Na iedere bladzijde proberen ze te voorspellen wat er op de volgende bladzijde te zien en te lezen zal zijn. Maar dan…

Ineens staat een kleuter op. ‘Kijk, ik heb letters op mijn billen!’ Terwijl ze dit roept, gaan ze staan en draait zich om. Inderdaad! Op haar roze joggingbroek prijken een paar enorme letters. Nou ja zeg, die zaten wel heel goed verstopt! Ze loopt een rondje door de kring en iedereen kijkt vol verwondering naar die mooie, grote billenletters. Letters, soms zit je er zomaar bovenop…

We praten verder. Over Bas en Nina en Tobias. Over je hond uitlaten en koekjes delen. Over letters en tekeningen in  boeken. Een uur vliegt soms zomaar voorbij.

Grappig dat leerkrachten vaak denken dat ik kleuterjuf ben. Dat ben ik niet, al is mijn pabo-diploma ook geldig voor groep 1 en 2 van de basisschool. Een midden- of bovenbouwgroep heeft altijd mijn voorkeur gehad. En toch… ik vind het bezig zijn met ontluikende geletterdheid echt fantastisch! Waarom ik dan toch geen kleuterjuf geworden ben? Ach, nodig me een keer uit om een werkles (lees: knutselles) te geven, en je weet meteen waarom…

Ach, iedereen heeft zo z’n kwaliteiten. Die van mij liggen meer op het gebied van letters dan op het gebied van scharen, prikpennen en andere gevaarvolle attributen, geloof ik. Op motorische vaardigheden en vermogen tot ruimtelijke oriëntatie heb ik helaas nooit tienen gehaald. Maar op een uitnodiging van een kleuterjuf (of meester) om in de klas iets te komen vertellen over letters, boeken en verhalen zeg ik geen nee. Het kost energie, maar het levert veelal nog meer energie op. Dus… nu weer snel aan de slag met een kleuterverhaal. Heb ik tenminste voorlopig weer een reden om bij hen langs te komen. Wie weet… tot ziens!

De schrijver op reis

Volgens auteur Jan Brokken zijn reizen en schrijven twee manieren van leven die elkaar aanvullen. Beide dienen om de horizon te verbreden. Een goede reden om als schrijver regelmatig op reis te gaan…

DSCN0295

Deze zomer gingen we naar Frankrijk. Ik hou van dat land en niet in het minst vanwege de taal, al spreek ik haar nog steeds veel te gebrekkig. De Franse taal is muzikaal, melodieus; Fransen praten niet, ze zingen.

Dit jaar gingen we naar de Dordogne, ruim duizend kilometer verwijderd van onze woonplaats. Een lange reis dus. Een reis van noord naar zuid, van laag naar hoog, van koud naar warm.

Ik weet niet zeker of temperatuur en landschap ook van invloed zijn op de taal die men spreekt in een bepaald gebied, maar het zal me niet verbazen als dat wel het geval is.

In het noorden klinken de klanken hard en koud, maar hoe verder je naar het zuiden trekt hoe zachter en warmer ze worden. Alleen de plaatsnamen al. Eerst kom je langs Amersfoort en Utrecht (met harde r – AmeRsfoort en UtRecht). Eindhoven klinkt al iets zachter. Vervolgens Antwerpen (hetgeen de Vlamingen veel mooier uitspreken dan wij), Brussel. Maar daarna begint het pas echt: Lille, Valenciennes, Cambrai, Paris, Orleans, Vierzon, Chateauroux, Limoges, Pierre-Buffière, Brive-La Gaillarde, Terrasson, Montignac. En dit zijn dan nog de grotere plaatsen. Als manlief achter het stuur zit, houd ik de wegenkaart op schoot. Niet om te kijken of we nog wel goed gaan, maar om alle plaatsnamen te lezen (zingen dus), ook die van de kleine dorpjes en gehuchten. La Bachellerie, St. Pantaleon de Larcher, La Bouchotte, Chanteloube, Vavre-le-Petit, Arnac-la-Poste, Les Matherons…

wegenkaart Frankrijk

Totdat we uren later op de plaats van bestemming zijn: Sarlat-la-Caneda. Dat klinkt als het vrolijke refrein na het kinderliedje ‘Joepie joepie is gekomen.’ La la la la la la. Zoiets. Als je daar niet blij van wordt…

We hebben er een heerlijke tijd gehad. De twee weken vlogen om. En toen moesten we weer naar huis. Opnieuw die lange autorit, maar nu in omgekeerde richting. Van warm naar koud, van hoog naar laag, van zacht naar hard, met België als halfzacht tussenstation.

DSCN0215

De eerste stop in Nederland is een schok. Vroeger, toen onze kinderen nog klein waren, was dat bij de mac in Oosterhout. In één woord: Ver-schrik-ke-lijk. De tent zat vrijwel altijd propvol Nederlandse gezinnen met uit de band springende kinderen (dat neem ik die kinderen nog niet eens zo heel kwalijk na zo’n lange autorit), maar die schreeuwende ouders… ‘Kom hieRRRRR!’ en ‘RRRRRustig nou.’ Volgens mij is er geen land waar ouders zo kunnen schreeuwen. Met een beetje geluk hebben ze hun kroost ook nog namen als RRRRichard of RRRRRebecca gegeven, zodat ze hun woorden met nog meer kracht over het terras kunnen slingeren.

Tegenwoordig slaan we Oosterhout over. Voor ons geen tussenstop meer in Nederland.

Tegen drie uur ’s nachts bereikten we Rouveen. Rrrrrouveen. Het heeft slechts twee letters meer dan Rouen, maar wat een wereld van verschil. Als troost voor dit harde feit probeer ik mijn woonplaats een beetje te verfransen: R(vanachter uit de keel en zacht)oe-vàn. Of Rouvènne.

Ach nee, laat ik me vooral geen illusies maken. Het wordt tijd dat ik de waarheid onder ogen zie: Ik ben weer terug. In de lage landen, waar het kwik in de thermometers minstens tien graden lager hangt en waar mensen ondanks het feit dat ze veel dichter bij elkaar leven toch veel harder praten om zichzelf verstaanbaar te maken. Ik doe m’n best om te acclimatiseren. Probeer om te denken: Nederland is opgeruimd en schoon (inderdaad – hier geen hurktoiletten zonder toiletpapier), goed georganiseerd, ons verkeer is veilig, het is hier…Het kan allemaal waar zijn. Maar het enige dat ik nog zeggen wil is dit:

France, nous serons bientôt de retour!

DSCN0173

 

De schrijver en het jurkje

Om als schrijver niet geheel het zicht op de realiteit te verliezen, moet je soms de straat op. De stad in. Dat is niet erg. Vooral niet als je samen met een vriendin gaat. We kiezen meestal een stad(je) met sfeer. Dit keer werd het de oude Hanzestad Zutphen.

Zutphen

We volgden de route met speciale winkeltjes. Historische stadswandelingen en hofjesroutes zijn ook favoriet, maar die loop ik meestal met mijn man. Mijn vriendin en ik houden van dezelfde shopjes. De grote winkelstraat laten we links liggen; wij sluipen liever door smalle straatjes op zoek naar bijzondere boetiekjes of rariteitenkabinetjes. (behalve de boekhandels, die zoek ik altijd en overal)

boetiekje zutphen

 

Het risico van bijzondere boetiekjes zoeken is dat je dan ook bijzondere dingen tegen kunt komen. En laat ik daar nu een zwak voor hebben. Zo zag ik dat jurkje. Mijn vriendin zegt altijd: ‘Als jij letters ziet, word je helemaal gek.’ Ik weet niet of dat waar is, maar tussen dat jurkje en ik was het in ieder geval in een keer raak. Er was een klik, en geen kleintje. En ja, ik moet toegeven, er zaten letters in het motief verwerkt. Kleurige, fleurige letters. Ik was verkocht. Het jurkje nog niet…

letterstof

‘Leuk hè,’ zei de verkoopmedewerkster vanachter de kassa. Zij had de begerige blik in mijn ogen natuurlijk allang opgemerkt. Ik bekeek het prijskaartje. En toen was het uit met de liefde. Dacht ik.

‘Pas aan,’ zei mijn vriendin.

‘Heb je die prijs gezien,’ fluisterde ik terug.

Toch had ik het jurkje al in mijn handen. Nog sterker, ik zette mijn eerste stappen al in de richting van de paskamer.

Ondertussen had ik ook nog een blik op de maat geworpen. Eén maat te klein. Ach, dacht ik, ik kom er waarschijnlijk toch niet in. (en dan toch doorlopen, hè)

Het paste. Het zat zelfs als gegoten. Mijn vriendin stamelde alleen maar ‘oh…’

‘Dit jurkje heeft zitten wachten,’ zei de verkoopmedewerkster, ‘op iemand met jouw figuur.’

Ja, ja. Verkopen is ook een talent, hoor. Sommige verdenk ik ervan eerst een cursus psychologie te hebben gevolgd.

‘Gewoon doen,’ drong mijn vriendin aan. ‘Kopen.’

Ik schudde mijn hoofd. ‘Serieus te duur.’

Vervolgens liep ik terug naar het kledingrek en schoof de jurk die voor mij gemaakt was, voorzichtig tussen de andere. En pakte haar toch weer terug. Ik draaide me om.

‘Kan er nog iets vanaf?’ Het klonk niet overtuigend genoeg. De verkoopmedewerkster schudde beslist haar hoofd. ‘Nee, echt niet. De opruiming begint pas in juli.’

Ja hoor. Juli. Dan is de zomer bijna afgelopen!

En dan… ik heb binnenkort een feestje. Een… nominatiefeestje.

Onbewust dacht ik dat hardop. Vermoed ik.

‘Schrijft u?’ zei de verkoopmedewerkster enthousiast. ‘Kinderboeken?! Wat leueueuk!’

Ze boog zich voorover. ‘Maar zeg, dan kun je dit aftrekken van de belasting.’

HUH? Had ik dat goed verstaan?

Ze herhaalde het. ‘Dat doen alle BN-ers, hoor,’ vertrouwde ze me toe. ‘Valt onder presentatiekosten.’

(Alsof er dagelijks hordes BN-ers in die winkel kwamen en alsof ze meteen geloofde dat ik tot die groep medelandgenoten behoor…)

Maar die opmerking was wel de druppel.

Ik pakte, pinde en ging. Met jurkje.

Een jurkje, voor mij gemaakt. En door mij gekocht. Dat laatste zal het bankafschrift dat eerdaags binnenkomt mij er wel inpeperen.

Daarom stop ik snel met deze blog en ga aan het werk. Overwerk.

Want die belastingteruggave… eerst zien, dan geloven.

Met de belastingdienst heb ik namelijk net iets minder dan met jurkjes…

 

Een kijkje in de schrijversziel

Gisteren heb ik een kijkje genomen in de ziel van enkele schrijvers. Schrijvers van formaat, want je komt niet zomaar op tv. Ze werden geïnterviewd over hun schrijverschap. Natuurlijk moest ik dit even zien. Ieder mens, ook een schrijver, hunkert toch naar een blijk van herkenning, al durf ik mij op geen enkele manier te meten met deze ‘groten’.

once upon a timeDe herkenning was er. Op meerdere punten zelfs. De behoefte om je op een schrijversdag te hullen in slobberkleding bijvoorbeeld. Waarom is dat zo fijn? Vanwege de ruimte die je dan ervaart? Het idee van wegkruipen in een omhulsel en zo makkelijker een andere wereld kunnen binnentreden? Hoe het ook zit, slobberkleding werkt.

En dan het nut van tipex (of type-ex of tipp-ex); dat taaie witte goedje waarmee je je fouten probeerde te verdoezelen. Ik ben blij met de backspace knop op mijn toetsenbord die werkelijk geen enkel spoor nalaat (vooral als je de knop ‘wijzigingen bijhouden’ uitschakelt), maar toch: tipex zorgde voor een stukje vertraging. Terwijl je poetste, dacht je na over de manier waarop je het anders kon doen. Daar zit toch iets dieps in, nietwaar?

tipp exVeel auteurs blijken trouwens hun hele manuscript nog te schrijven met inkt. Bij Jan Siebelink is die inkt turquoise. Hij zei het niet, maar ik kan me voorstellen dat je door het hardop herhalen van dit prachtige woord alleen al in een bepaalde stemming geraakt…

Schrijvers zijn eigenlijk vreemde wezens. Toen de interviewer concludeerde: ‘Dus je leidt mensen de afgrond in en vervolgens moet je erom huilen,’ kon Arnon Grünberg dat niet ontkennen. Ik dacht aan het schrijven van ‘Steeds minder mij’ en ‘Kom niet dichterbij’ en ik moest toegeven dat het klopte, al heb ik mijn hoofdpersonen nog nooit helemaal volledig in de afgrond laten eindigen…

‘Ik ben een woordenvanger,’ zei Adriaan van Dis. Prachtig toch? En ook dit is herkenbaar. Je luistert naar de mensen om je heen, je vangt een woord op en bewaart het. Als een schat in een doosje, om het misschien veel later voorzichtig eruit te halen en ten toon te stellen in je verhaal. Het de plek te geven die het verdient.

woordenvanger

Schrijvers zijn niet alleen een tikkeltje vreemd, ze kunnen zelfs gevaarlijk zijn. Kristien Hemmerechts bekende dat ze soms de neiging heeft om mensen die haar storen in haar schrijfproces fysiek iets aan te doen. Nu klonk die uitspraak vanwege haar Vlaamse sprake nog enigszins vriendelijk, maar toch… indringers zijn gewaarschuwd. Hoe zit dat bij mij? Nee, naar de koekenpan grijp ik niet, ik val ook niet aan met vulpennen, maar ja, de buitendeur is soms op slot en de deurhanger aan de klink van de schrijfkamer staat vaak op ‘Do not disturb.’

Sommige schrijvers voelen zich eenzaam. ‘Je betaalt een hoge prijs,’ volgens Kristien, ‘een grote mate van allenigheid.’ (ook een woord om te vangen) Tja… Waarom heb ik er nog een andere baan bij? Misschien is er toch die angst voor ‘allenigheid’?

Er werden mooie dingen gezegd. Volgende week kijk ik naar het tweede deel. Ik hou nu eenmaal van zielenroerselen. Ook dat hoort geloof ik bij schrijvers.

En eindelijk heb ik Kees van Kooten het eens uit eigen mond horen zeggen: ‘Schrijven is zitten blijven tot het er staat.’ Zo is dat. En daarom zit ik vandaag.

IJsberenfeest

Gisteren werd mijn nieuwe boek ‘IJsbeer bedreigd’ gepresenteerd. Nog nooit werd de geboorte van mijn boek door zoveel mensen-kinderen gevierd. Het begon met een telefoontje van de uitgever. ‘Heb je op 2 oktober iets staan?’ Ik, met de agenda onder mijn neus: ‘Nee?’  ‘Oké, nu wel dus.’ O. En toen hoorde ik welke plannen er waren gesmeed door de uitgever en de directie van de basisschool waarop ik nog twee dagen in de week werkzaam ben. ‘Wij dachten… het boek komt uit vlak voor dierendag en dat wordt op jullie school gevierd. Het leek ons leuk om op die dag jouw nieuwe Zookids boek, dat toch helemaal aansluit bij dit thema, te presenteren.’

ijsbeer bedreigd doornveld

Een paar weken later hoorde ik meer over de invulling. De pas geïnstalleerde burgemeester was uitgenodigd. En een vertegenwoordiger van de plaatselijke bibliotheek. En iemand van de regionale krant. En ook maar meteen van een landelijke…  Er stond een levensgrote foto van mij, pontificaal op de voorkant van het plaatselijke nieuwskrantje.  ‘Zie je het nog zitten?’ vroeg één van mijn collega’s. Tja…

Het werd een feest. En ik heb zó genoten… Waarvan? Van alles, maar het meest van de kinderen. Allereerst de heerlijke spanning vooraf: ‘Nog één nachtje slapen, juf….’ Het samen versieren van de hal met safarivlaggetjes en ballonnen. Toen de dag zelf. Hun gezichten toen ze begrepen dat die grote doos met Zookids gebakjes nu eens een keer niet voor de meesters en juffen bestemd was (die kregen er achteraf ook nog wel een, hoor), maar voor hen!

zookids gebakjes

De manier waarop ze reageerden tijdens de presentatie. Hoe ze keken naar de burgemeester en diens indrukwekkende ambtsketen. Hoe de hele school hartelijk applaudiseerde voor de leerlingen die lezen best moeilijk vinden en daarom extra veel oefenen (en ook een exemplaar overhandigd kregen voor in de RT bibliotheek)

overhandiging aan burgemeester

En na de presentatie de komst van de (huis) dieren op het zonovergoten schoolplein. Lees- en prentotheekmoeders zorgden voor koffie, de boekhandelaar stond tevreden achter zijn kraam, en ik wandelde ontspannen tussen mens en dier. Af en toe kwam er een kind naar me toe, met een pakje. ‘Ju-uf, mama heeft ‘Onrust bij de olifanten’ gekocht! of ‘Ik heb de nieuwste!’ Een ander kind vroeg: ‘Kunt u echt Chinees, juf?’ De uitgever had namelijk net verteld dat de door mij geschreven Bas-boekjes ook in China verkocht zouden gaan worden. Ik denk dat de leerling toch een beetje teleurgesteld was toen ik de vraag met ‘nee’ moest beantwoorden.

12112029_1110331435646240_6448838196310837059_n[1]

Het feest ging door de dag erna. ‘s Morgens een voorleessessie in de plaatselijke bibliotheek. Een gezellig groepje kinderen kwam opdagen. Ik las voor en daarna konden ze de ijsberenspeurtocht lopen door de bieb. Het was geweldig om te zien hoe twee van ‘mijn’ leeskinderen zich samen bogen over de ijsberenvragen. Ze wisten al veel, want ze waren bij de presentatie geweest. Zo trots op hun goede antwoorden… En de juf in mij kan daar dan zó van genieten…

‘Leest u vanmiddag weer hoofdstuk 1 voor?’ vroeg een jongen, ‘want dan ga ik naar de boekhandel.’ ‘Als jij komt,’ zei ik, ‘dan lees ik hoofdstuk 2.’ En hij was er! Nee, moeder wilde niet nog een keer heen en weer rijden (ze woonden nogal veraf), maar hij had oma wel zover weten te krijgen. En oma kocht nog een boek ook!

In de boekhandel was het ook gezellig. Nee, de opkomst was niet heel groot, maar de kinderen die kwamen, waren dubbel enthousiast. Ik bedoel, je hebt er wel echt iets voor over als je naar een boekhandel komt, terwijl het misschien wel de laatste warme zaterdag van het jaar is! Ik las weer voor, heb een ijsberenlimerick aangeleerd, kinderen konden op de foto met de enorme knuffelijsbeer en ik heb gesigneerd. (en ik mocht ook op de foto)

signeren boekhandel de haan

En nu zit de schrijfster op de bank. En is ze warempel alweer aan het schrijven. Een blogje. En volgende week weer aan Zookids deel 7. Want dat heb ik beloofd aan de kids. Niet dat ik dat erg vind, hoor. Schrijven is het mooiste wat er is. Nou ja, en juf zijn dan.

 

De schrijver en de dogs

We zijn terug van vakantie en we waren in een prachtig land: Engeland. Een land vol van historie en een prachtig landschap. Volop mogelijkheden dus om te genieten van natuur en cultuur en die combinatie maken wij graag. Er kleeft echter één nadeel aan dit land: de dogs.

Echt, overal zie je ze. En ze worden, zeg maar, met respect behandeld. Nu wil ik niet tegenspreken dat alle dieren met respect behandeld behoren te worden, maar het is weer net een tikje tè hier. In de straten hoor je de bazen en bazinnetjes communiceren met hun huisdier. Begrijp me goed, ik bedoel niet commanderen, maar gewoon praten. Keuvelen. Dat is een beetje typisch. (en ik geef toe: ook wel vermakelijk)

Als iemand een hond wil, prima, maar geniet er dan vooral zelf van. Ik weet het, dit klinkt een nogal individualistisch, maar toch…

Baasjes lopen in Engeland niet met één, maar meestal met twee tot vier honden rond. In de parken, op de prullenbakken, staat in de meeste gevallen de opdracht om de uitwerpselen (=dus dat wat het dier uit z’n achterste werpt) keurig op te rapen en in de litterbak te gooien. Niet iedereen doet dat dus. Aan de ene kant heb ik daar begrip voor (ik probeer me namelijk wel eens in te denken hoe dat voelt, zo’n hondendrol beetpakken), maar aan de andere kant: je bent het als baasje of bazinnetje gewoon verplicht. Je kunt het niet maken om een niet-hondenbezitter door zo’n zacht en smeuig hoopje te laten glijden en glibberen.

 dogs 1

Onze cottage stond in een rijtje. Prachtig huisje, precies wat je wilt in Engeland. Alleen… weer die honden. De tuindeur van onze buren lieten er geen misverstand over verstaan: hier wonen honden. Dat hebben we geweten. Iedere ochtend om zes uur verkondigden ze luidkeels hun bestaan. Een half uur later hoorde je dan de buurman (het kan ook de buurvrouw zijn geweest) de stoep achter het huis schrobben. Ieuw. Die beesten deden dus alles in de tuin. Lekker. Nou ja, het is hun eigen tuin. Maar op hondengeblaf om zes uur ’s ochtends zit natuurlijk geen enkele vakantieganger te wachten.

Als we terugkwamen na een wandeling werden we ook altijd uitbundig begroet door de blaffers. Met een s ja, want het waren er minstens drie.

Kijk, ik gun mensen best een hond. Maar waarom zoveel?!

2015 engeland 454

 

‘Geen probleem toch?’ zei zoonlief, toen ik mijn ongenoegen erover uitsprak. ‘Liesbeth van Binsbergen houdt toch van dieren?’ (dit staat namelijk op de achterkant van mijn Zookids boeken)

Zeker, ik houd van dieren. Maar niet als ze erg veel lawaai maken of als ze eng zijn. Er zijn tenslotte grrrenzen. Ook aan dierenliefde.

 

 

De schrijver en vakantie

Heb je als schrijver eigenlijk ooit wel eens vakantie? Als je ‘schrijver’ puur ziet als een beroep kun je deze vraag met ‘ja’  beantwoorden. Je legt je pen nee, je sluit je computer af, en klaar. Toch ligt het wat mij betreft iets ingewikkelder.

2015 engeland 219

Schrijver is namelijk iets meer dan een beroep, of misschien moet ik zeggen, schrijver is helemaal geen beroep. Het is misschien meer een manier van zijn. Nu ik dit schrijf, bedenk ik dat dit een tikkeltje vaag klinkt. Maar wat ik bedoel is dat je schrijver bent met je hele lichaam en ziel en aangezien je die niet thuis kunt laten, kun je het schrijverschap ook niet thuislaten.

Ik zal het nog iets duidelijker proberen te zeggen. Schrijven is op een bepaalde manier naar de wereld om je heen kijken en luisteren en de gedachten die daarbij bovenkomen aan het papier toevertrouwen. Je ogen en je oren hebben geen aan- en uitknop. Je gedachten ook niet. Wat je wel kunt doen is proberen te filteren. Toch lukt dat laatste nauwelijks, aangezien juist in een andere omgeving de indrukken in dubbele mate binnenkomen. De mensen, de omgeving, en niet in de laatste plaats: de taal. Ze maken indruk op een schrijver, ze zorgen ervoor dat haar gedachten nog harder op hol dreigen te slaan dan anders. Terwijl op hol slaan nu niet meteen de bedoeling van een vakantie lijkt te zijn…

Hoe gaat een schrijver hiermee om?

2015 engeland 399

Ik wandel. Zoals ik thuis ook doe om al die opgeslagen indrukken in mijn hoofd te ordenen, doe ik dat op vakantie nog meer. En focussen. Op gedachten die andere schrijvers voor mij op papier hebben gezet. Lezen dus.

Wandelen en lezen. Nog meer dan anders. Erg? Welnee. Laat die twee dingen nu juist mijn hobby’s zijn. Dus geniet ik volop. En schrijven? Dat doe ik tussendoor. Dat moet. Daar hebben mijn medevakantiegangers alle begrip voor. Nou ja, ze laten me. Verstandig. Want wie wil er nu in een vakantiehuisje zitten met een op hol geslagen individu? Nee, die willen ook hun rust. Dat kunnen ze krijgen. Vertel mij maar eens wat er rustiger is dan een schrijver aan het werk. Het zal lastig zijn om iets te bedenken.

schrijver op vakantie 1

Natuurlijk kan ik als schrijver alleen maar voor mezelf spreken.

Eerlijk gezegd ben ik wel benieuwd hoe andere schrijvers dit doen…?

 

p.s. Ik ben inmiddels drie dagen thuis en vind het volgende bericht in de mailbox:

Hier de schetsen voor de nieuwe zookids! Jij bent denk ik net terug van vakantie? Hadden jullie een fijne tijd? Als je intussen de was al weer opgeruimd hebt, is je reactie morgen of overmorgen van harte welkom.

Kijk, dat bedoel ik nou. Al zou een schrijver volledige rust willen, een uitgever wil ook wat… Maar ik ga wel aan de slag, hoor. ‘k Ben namelijk veel te nieuwsgierig naar die schetsen!

 

 

De schrijver en de logeerhond (2)

Hoe is het gegaan met de hond? Tja, wat zal ik zeggen… Ik leef nog. Niet dat ik meteen verwachtte dat ik verscheurd zou worden door het beest (het was geen Wodan, het was een Dokkie en dat maakt een heel verschil), maar toch…

We hebben weer heel wat geleerd. In de eerste plaats: een hond moet wennen. Acclimatiseren. Gek, dat ik daar niet over na had gedacht van tevoren. Dus de eerste avond, toen wij ons bed wilden opzoeken, weigerde hond om in haar bench te gaan. Na een kwartier geblaf hebben we het deurtje toch maar opengedaan en haar door de keuken laten lopen. Het was tenslotte half twaalf en je hebt ook nog buren…

hond blaffen

Wat er ’s nachts allemaal gebeurde, geen idee. Maar ik weet wel dat we een paar keer naar beneden zijn gestruind – al slaapwandelend – om het beest tot stilte te manen. Dat hielp. Voor een tijdje dan. De volgende ochtend filosofeerden we over de oorzaak van het nachtelijk gespook. Had er een kat over het glazen serredak gelopen? Scheen de maan op een schilderij? Het blijft gissen, wij kennen meerdere talen, maar geen honds. En deze poster kwam ik natuurlijk ook pas later op internet tegen.

hondentaal

De volgende dag heeft oudste zoon een heel eind met hond gewandeld. Na anderhalf uur kwam hij moe terug. (oudste zoon dus) Maar hond leek toch ook iets rustiger geworden. In de loop van de middag ging hij zelfs liggen. (nee, niet in de bench) Maar tegen de avond nodigde het iedereen uit om balletje-balletje te doen. Dat werkt als volgt: hond brengt bal, jij gooit bal weg, hond brengt bal terug en het hele ritueel begint weer van voor af aan. Dat kan ook heel goed achter het huis, als je tenminste de bal niet over de schuttingen gooit…

hond adhd

Die nacht was hond stil. En de volgende dag rustig. Hoera, het dier was gewend! Jammer dat het juist die avond alweer afscheid moest nemen. Hond voelde dit laatste vast aan. Bij die gedachte werd het zo beroerd dat het over ging geven. Of misschien was het geen kots, maar was het iets anders, iets uit een ander gaatje, zeg maar. Ik heb niet gekeken. Oudste zoon heeft het dapper opgeruimd. Volgens hem had het onze logé gras gegeten. Ach ja, wat wil je ook met al die koeien in de buurt. Sommige gewoontes neem je blijkbaar heel snel over.

Onze kinderen zijn het niet altijd met ons als ouders eens, al helemaal niet als het om de aanschaf van dieren gaat. Maar dit keer kwamen we gezamenlijk tot dezelfde conclusie: Een hond is (meestal) lief en gezellig, een hond is heel goed voor je conditie, een hond kan katten uit je tuin verjagen, maar een hond geeft ook veel werk. Dus… zolang we niet op een boerderij wonen, komt er geen hond. Geen. Hond.

Zo. Rest mij nu nog alle (wilde) haren te verwijderen.

p.s. Ik zie dat ik voor hond meerdere aanwijzende voornaamwoorden heb gebruikt. Hij, zij, het. Gek, ik realiseer me ineens dat ik niet weet of ik een mannetje of een vrouwtje op bezoek heb gehad. Zou het veel uitmaken? Misschien moeten we dat eens… Ach nee, laat toch nog maar even.

hond spelen

 

De schrijver en de logeerhond

Dit weekend komt er een logeerhond. Schoorvoetend heb ik toegegeven aan het verzoek. Want ja, wat moet je als goede vrienden een familieweekend hebben en hun hond dringend ergens onderdak nodig heeft?

logeerhond2

Ik probeerde een aantal goede redenen te bedenken om de komst van de viervoeter te verhinderen, maar welke ik ook bedacht, het werd omver geblazen. Gastvrijheid is een christelijke deugd volgens een van onze kinderen. En last but not least werd ik even fijntjes gewezen op de flaptekst van een van mijn zookids boeken. ‘Liesbeth van Binsbergen houdt van schrijven EN VAN DIEREN.’ Dus…

Zij komt. De hond. Zij is zelfs al even geweest. Op snuffelstage zeg maar. Al gauw bleek dat het dier vooral gewend is om aan het vrouwtje te snuffelen. En aangezien ik het enige vrouwtje hier in huis ben…

We kregen uitleg over voer en uitlaattijden en over wel of geen door het dier op prijs gestelde aanraakplekken. Staart en poten bijvoorbeeld kunnen we beter vermijden werd ons geadviseerd. Achter de oren kroelen vindt ze heerlijk.

Het gaat goed komen, dacht ik. We zijn er helemaal klaar voor.

Tot de bazin van het beestje zei: ‘Heel fijn dat ze hier terechtkan. En wie weet…  kun je er nog een boek over schrijven.’   Welja…

Wat betreft dat laatste wilden ze wel even meedenken. Ideeën die het verhaal de nodige spanning zouden geven, zeg maar.

‘Misschien gaat ze de lamp kapotbijten.’  logeerhond

‘Misschien loopt ze weg.’

‘Misschien schiet ze in de stress en raakt ze aan de …’

Blijkbaar sprak mijn gezicht al boekdelen, want ineens schoten ze hard in de lach.

 

Wacht maar. Wacht maar tot de schrijver hun meebedenksels echt gaat gebruiken. Want tenslotte is de schrijver wel degene die de regie in handen heeft. Die bijvoorbeeld bepaalt wie de hoofdpersonen zijn. En die ook zomaar rollen kan gaan omdraaien. Bazin, je bent dus gewaarschuwd!

grommende hond